Typies op safari

Ik voel dat ik koorts heb. Ik gloei helemaal, terwijl ik bibber van de kou. Mijn hoofd bonkt en de muggenbult in mijn nek klopt. Ik voel misselijkheid opkomen en mijn maag is overstuur. Ik denk dat ik malaria heb. Dan schrik ik wakker, badend in het zweet, gooi de gordijnen open en kijk recht op de drinkplaats van tientallen buffels, zebra’s en een kudde olifanten. Mijn pillen tegen die enge ziekte liggen naast me en ik neem ze in alvorens een koninklijk ontbijt te nuttigen in het restaurant van de lodge.

Scouten is een ruim begrip. Terwijl ik trots van mijn collega’s op kantoor in Nederland hoor hoe enorm druk ze zijn met zeer veel nieuwe opdrachten en dus moeten zoeken, scouten en casten, heb ik de zware taak om te scouten naar wezens met grote grijze flaporen, lange nekken, hoofden met dikke horens en reuze koppen met manen. Waarbij je op straat in Amsterdam het goeie vee volop voorbij ziet lopen, is het hier goed zoeken. Verscholen in de bosjes, achter een zandbank of hoog in de bomen. Bij de aanblik van de eerste, in het wild levende, olifant staat het kippenvel op mijn armen. Even verderop torent er een lange nek boven de boom uit en ik slaak zelfs een hoge kreet van enthousiasme. En als even verder zelfs de “king himself” tevoorschijn komt, houd ik het niet meer. Wat een weelde en wat een schoonheid. De savannes en landschappen van Kenia en Tanzania zijn wonderbaarlijk mooi. Dagen achter elkaar op zoek naar de big five, hopend op die echte kill, aangevuld met duizend soorten vogels, reptielen en andere diersoorten. De streetcast van mijn leven. Oh nee, sorry, de bushcast van mijn leven. Ze hebben helaas hier geen emailadressen en telefoonnummers dus ze zijn lastig te bereiken voor opdrachten. Toch zet ik ze ongevraagd op de gevoelige plaat.

Ze stellen geen moeilijke vragen over buy-outs of uitbetaalmogelijkheden. Wat een cast!

Toch is de casting eromheen zo nog indrukwekkender. Zelfs in Mombassa en Arusha zijn er enkele begaanbare wegen waar reclamebillboards hangen met mensen daarop afgebeeld. Wat zouden die verdienen, vraag ik me af. Zou de afkoop één jaar zijn? Misschien 2 maanden? Zijn ze wellicht als figurant uitbetaald of als edel?

De kinderen in de dorpen lachen vriendelijk en lijken gelukkig. Als ik een foto van ze maak, geef ik ze een zakcentje en hun glimlach is onbetaalbaar. Ook zij willen helemaal niet weten of ze nog langs moeten komen voor professionele castingfoto’s en ze hoeven al helemaal niet eerst even overleg met hun manager te hebben of het wel bij hun image past. Een kinderhand is snel gevuld, maar de mijne (weliswaar volwassenhand)  krijgt er nooit genoeg van. Ik word hier zo gelukkig van. Zij hebben niks en van niks naar een heel klein beetje, maakt een wereld van verschil.

Als ik thuis de foto’s van mijn Sony spiegelreflexcamera inlaad in de iMac met Intel Core 2 Duo-processor, de foto’s van de iPad3 toevoeg, bewerk met de nieuwste Photoshop en de film van mijn supersonische, digitale videocamera terugkijk op mijn 42inch lcd-scherm voel ik pas echt ultiem geluk. En niet van al mijn rijkdom, maar van het terugkijken naar al die nietsvermoedende, lieve en aandoenlijke kinderen die me oprecht hun beste glimlach gaven voor de streetcasting van mijn leven. Ik voel me bevoorrecht en zei ik al gelukkig…..

Maar natuurlijk ook omdat ik geen malaria heb.

2 thoughts on “Typies op safari

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s